Lakenvelders in Pluimveemuseum
Het genoemde museum behoeft bij veel kippenliefhebbers nauwelijks introductie. Het stelt zich o.a. de promotie van en voorlichting over de Nederlandse hoenderrassen ten doel.
Daartoe zij er ruime kippenrennen met hokken gebouwd om vertegenwoordigers van die rassen onder te brengen, zodat de bezoeker de dieren in het echt kan bekijken, een lofwaardig initiatief.
Toen mij dit voorjaar de gelegenheid werd geboden om er een dierenverblijf met een aantal Lakenvelders te bevolken, heb ik die kans meteen aangegrepen. Op dat moment had ik er voldoende dieren voor en bovendien draag ik graag een steentje bij aan de promotie van dit mooie ras, waar ik nu al ruim 10 jaar aan verknocht ben.
Begin mei bracht ik er een haan en zes hennen naar toe. De verblijven zien er uitstekend uit en zijn met grof en fijn gaas afgesloten tegen bijv. roofvogels of mee-eters als mussen, spreeuwen, enz.
Een paar maanden daarna zijn mijn vrouw en ik er een kijkje gaan nemen. De dieren verkeerden in een prima conditie. Eén ding viel op: de Lakenvelders zijn vorig jaar enkele malen op shows gekeurd en waren steeds schoon wit. Nu echter vertoonden ze een crême verendek, met name de haan. Aan het voer kan het m.i. niet liggen. Een
van de aanwezige (en altijd vriendelijke ) suppoosten zei, dat de dieren caroteenarm voer kregen. Zelf denk ik dat het door het licht komt,door de doorzichtige golfplaten waarmee de rennen zijn afgedekt.
Toen ik 22 september nog eens een kijkje nam, bleek o.a. aan de haan, dat de rui begonnen was: de staart bevatte nog één sikkel!
Toen we tenslotte nog een korte rondgang door het museum maakten, keken we verrast naar de bak met jonge kuikens. Je raadt het al: Lakenvelders! En een aantal met een mooie donkere tekening. Toch maar eens telefoneren met de heer Malestein, want die gaat daarover.



