Oops! It appears that you have disabled your Javascript. In order for you to see this page as it is meant to appear, we ask that you please re-enable your Javascript!

Oorsprong

De wieg van de Vorwerk hoenders stond in de Hamburgse wijk Othmarschen.

Othmarschen Hamburg
Daar woonde Oskar Vorwerk, groothandelaar, die bijzonder trots op z’n Lakenvelder hoenders was.
Maar het wit van deze hoenders leek meer op grijs en de dieren maakten derhalve een smerige indruk,
misschien als gevolg van de luchtverontreiniging door de stoomboten die over de Elbe voeren.

De onderzoeker Oskar Vorwerk was tamelijk vermogend en bezitte een landgoed in Hamburg met een vogelhouderij.
Otto Seeger was in dienst voor dhr. Vorwerk en verzorgde de vogels.
Toendertijd waren mooie kippen een statussymbool en was het exclusief om bijzondere rassen te houden.

Dhr. Vorwerk wilde een nuthoen fokken met een lakenvelderkleur, echter niet met de besmettelijke witte tekening van de
Lakenvelder.

Na kruisen met Lakenvelders, gele Orpingtons en extra uit Engeland geïmporteerde hoenders van de beroemde Zuchter Cook;
de gele Ramelsohern. Na enkele generaties doorfokken ontstond de Vorwerkhoen.
Zo zijn de Hamburgse Vorwerk hennen ontstaan, dhr. Vorwerk hield indertijd ongeveer 300 Vorwerk hennen.

Tijdens het fokken is rekening gehouden met allerlei nuttige toepassingen voor op boerderijen.
De leg moest goed zijn en is de kip niet agressiever dan andere rassen.

Na jaren fokken kwam de werd de vorwerk hoen in 1902 erkend.

In de crisisjaren tussen de Eerste en Tweede wereldoorlog ondervond het fokken van hoenders een terugslag door
het gebrek aan voer. Bovendien stierf  in 1933 Oskar Vorwerk,de grondlegger van het ras.
In zijn testament was de verdeling van zijn dieren over fokkers in Sachsen en Silezië geregeld,
want daar woonden zijn trouwste medefokkers.
In 1935 en 1936 verschenen de Vorwerk hoenders op tentoonstellingen in onder andere Leipzig.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben zowel de dieren als de speciaalclub bijna het loodje gelegd.
Slechts 2 hanen en 26 hennen met goede raseigenschappen overleefden de oorlog. Ze waren ondergebracht bij
Karl Schmidt in Grossbreitenbach (Thüringen).
Diens vrouw verzorgde de dieren en kreeg daarbij adviezen via de post en later door brieven uit de gevangenis.

De populariteit van de ‘Goldvogel’ is in de laatste decennia weer gestegen.
Zo zijn de Vorwerks weer op allerlei tentoonstellingen present. Ze zijn gewild door hun schoonheid en ook door hun
goede nuteigenschappen (vlees, eieren).
Bovendien worden ze niet gauw broeds en zijn het matige vliegers, hetgeen ook een voordeel kan zijn.
Het ras verspreidde zich ook buiten Duitsland.
In september telde de Duitse speciaalclub 140 leden in binnen- en buitenland.

Powered by: Wordpress